Voorgeschiedenis toetsenbord (geschreven in 1992)

De voorgeschiedenis

De uitvinders van de Velotype zijn Marius den Outer, "beroepsuitvinder", en Nico Berkelmans, linguist. Den Outer had al in de jaren 30 de Tachotype, een stenografeermachine, ontwikkeld. In die tijd leerde hij Berkelmans kennen, en hebben zij samen het concept van de Tachotype verder verbeterd. De Tachotype produceerde een soort kassarol met daarop de tekst. Het lezen hiervan was vrij eenvoudig; je moest alleen weten dat je bijv. de combinatie TJ moet interpreteren als een D, en zo nog een aantal regels. Het belangrijkste voordeel van de Tachotype boven steno was ook deze uniformiteit: "iedereen" kon de output lezen, waar een stenogram te persoonlijk is dat iemand anders dat goed kan teruglezen. Daarnaast was het behalen van een hoge snelheid ook makkelijker dan met steno. Dit voordeel was te klein om echt aan te slaan, ondanks bijv. dat Schoevers cursussen erin aanbood. De productie van deze apparaten is beëindigd door het bombardement van Rotterdam, en na de oorlog niet hervat. Naoorlogse pogingen om dit concept te slijten aan firma's als IBM zijn op niets uitgelopen. Den Outer en met name Berkelmans zijn er wel door de jaren heen aan blijven sleutelen om het te perfectioneren.

Een typemachine

Toen eind jaren 70 de ontwikkelingen in de micro-electronica ver genoeg gevorderd waren, ontstonden nieuwe mogelijkheden. De regels waarlangs de output van de Tachotype geïnterpreteerd moesten worden, konden nu door een microprocessor uitgevoerd worden. Daarmee kon dus een typemachine gemaakt worden die steno-snelheden mogelijk maakte (spreeksnelheid!), en zo beide vaardigheden combineerde. Deze combinatie geeft legio nieuwe mogelijkheden: verslaglegging van congressen of besprekingen (de tekst ligt bijna direct na afloop klaar), doventolken, ondertiteling voor TV, etc. etc. De ASMK, een vereniging van type- en steno-docenten, werd enthousiast voor dit idee en organiseerde in 1981 een cursus voor haar leden, waarbij nog gebruik werd gemaakt van dummies - als toetsenbord een plankje met toetsen van schuimrubber daarop. Inmiddels hadden contacten bij Philips ertoe geleid dat deze firma 30 prototypes maakte – oude monitoren, en het toetsenbord gebouwd in de kast van een P2000 thuiscomputer. Hierop gingen maart 1982 leerlingen van de door bovengenoemde cursus enthousiast geworden leraren oefenen (waaronder D. Tuijnman). Deze experimenten leverden in ieder geval een bemoedigende leercurve op:

         50 uur                150 a 200 tekens p.m.
        200 uur                600 tekens p.m.
        300 uur                900 tekens p.m. (spreeksnelheid)

Ondertussen liepen de besprekingen tussen Berkelmans en Philips spaak. Hierop leerde Berkelmans het bedrijf Special Systems Industry (SSI) kennen, dat was opgericht door drie ex-Philips ingenieurs. Hiermee kwam hij wel tot een akkoord en SSI ontwikkelde een produktiemodel.

De Velotype op de markt

Gezien de diversiteit in computer- en tekstverwerkings-systemen werd de Velotype puur als toetsenbord uitgevoerd, met koppelingsmogelijkheden aan een willekeurig elektronisch systeem. De Velotype werd simpelweg geleverd met de juiste software om het originele keyboard van je systeem naar keuze te simuleren. Toen de Velotype gepresenteerd werd op de Kantoorinnovatiebeurs in september 1983 was iedereen laaiend enthousiast, en was de (kleine) stand de gehele week overvol. Echter, er waren nauwelijks nog koppelingen gerealiseerd, en dan vooral met toen nog courante tekstverwerkers, zoals de Philips P5020 en de AES. Wat vooral een nadeel was, was dat de IBM-PC, waar iedereen rond die tijd op overschakelde, pas een half jaar later gekoppeld zou worden. In de loop van de jaren zijn er zo'n 1000 tot 2000 apparaten verkocht, en even zovele mensen opgeleid. Het was voor SSI echter steeds moeilijk het hoofd boven water te houden - er was immer een tekort aan financiering - en de verkopen liepen veel te langzaam. Met name grote bedrijven en ministeries zijn pas laat geinteresseerd geworden, en hebben erg voorzichtig gehandeld. Zo zijn er meer factoren te noemen, die de Velotype hebben tegengezeten. Zoals boven al gemeld, de gelijktijdige introductie met de PC; het feit dat iemand omgeschoold moet worden (of er moeten cursussen gegeven gaan worden, maar de type-opleidingsinstituten reageerden ook erg afwachtend), de psychologische barriere (we doen het al 100 jaar prima met QWERTY, waarom iets nieuws?), etc.

Overige activiteiten

SSI heeft naast het verkopen van Velotypes dus ook cursussen verzorgd, heeft soms gezorgd voor invalkrachten die het werk van de cursisten overnamen, en zo zelf dergelijke problemen getracht te ondervangen. Daarnaast is SSI ook actief geweest met demonstraties, eerst vooral om financiers te interesseren, later opdrachten voor real-time verslaglegging. Zo zijn diverse congressen, seminars e.d. verslagen door een Velotypist die de tekst van de lezingen intikte, zodat aan het eind van de dag al een volledig verslag klaar lag. Vaste klanten in dit opzicht  waren bijv. (en zijn nog steeds) het Haagse Institute for Social Studies,  het Centrum voor Onderwijsontwikkeling van de UvA, de Ned. Vereniging voor Slechthorenden. Een van de blijvende successen is de ondertiteling voor doven en slechthorenden. Sinds enkele jaren wordt dit, deels real-time, met Velotypisten gerealiseerd bij met name de journaals. Experimenten voor live-ondertiteling (Bob Geldof bij Ivo Niehe, een interview bij Tineke) hebben daarentegen tot niets geleid. Ook internationaal zijn pogingen ondernomen, die op weinig zijn uitgelopen. Alleen in Zweden is vaste voet gekregen, waar de Gehandicaptenraad nu Velotypisten aanbiedt als doventolk. Uiteindelijk is eind 1990 het doek gevallen voor SSI. De rechten op de Velotype zijn nu in handen van de Stichting B4, opgericht door Berkelmans en de ex-werknemers van SSI. Deze zijn sindsdien ook bezig een nieuw bedrijf op te richten om de Velotype nieuw leven in te blazen. Ook zorgt B4 voor het onderhoud van de geplaatste Velotypes, en worden nu en dan nog opdrachten voor real-time verslaglegging uitgevoerd. de Velotype, zoals die de laatste jaren geproduceerd werd, had plaats voor 4 a 5 taalmodules. Dus je kon in een apparaat tegelijk Nederlands, Engels, Frans, Duits en Zweeds hebben.

Op de vaderlandse markt liep de Velotype stuk door het verkeerde introductiemoment. De velotype moest een eind maken aan de kommervolle toetsenborden, die nog stammen van de mechanische schrijfmachine. De indeling 'QWERTY' was gekozen om de kans op het ineenslaan van de letterhamertjes zo klein mogelijk te maken. Voor een computer zonder bewegende delen een absurd uitgangspunt. Maar hele volksstammen hadden leren typen op een QWERTY-toetsenbord en zo'n grote massa laat je niet even op een andere indeling overstappen. De Velotype had niet alleen een andere indeling (de toetsen staan in de vorm van een vogel, zodat ze uitstekend onder de vingers liggen) er werd ook niet meer met losse letters gewerkt. Invoer ging met lettergrepen tegelijk, waardoor een typiste na enige training 900 aanslagen per minuut kon halen. 'Ideaal voor het simultaan maken van notulen', zo luidde de verkoop-slogan. Uitzendbureaus gaven cursussen 'Velotypen', maar de gebruikers moesten er niet veel van hebben. De verkoop werd gestaakt. Onderzoek heeft uitgewezen dat het voor mensen onmogelijk is om tegelijkertijd, twee reguliere type-systemen te beheersen (bv. QWERTY en AZERTY). Maar het gebruiken van een regulier systeem en de velotype gaf geen problemen.