Als dove studenten na hun 30e een opleiding willen gaan volgen, wordt de tolk dan vergoed?

afbeelding van admin

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een tolkvergoeding in de onderwijssfeer en in de werksfeer. De regeling in de onderwijssfeer is ruimer dan de regeling in de werksfeer: er is geen toets op de relevantie van de opleiding voor een toekomstige positie op de arbeidsmarkt en bovendien is er geen beperking in het aantal uren.

De regeling in de werksfeer is beperkter: in principe krijgt de cliënt slechts 15% van zijn totaal aantal werkuren een tolk uur vergoed. Bovendien moet de arbeidsdeskundige van UWV een arbeidsmarkttoets verrichten. Dat betekent dat er gekeken wordt of de cliënt met een werkopleiding een verbeterde positie op de arbeidsmarkt krijgt.

Als de (MBO- of andere) student van het regulier onderwijs 30 jaar wordt, kan hij in het schooljaar waarin hij 30 jaar wordt de tolkvergoeding houden. Als hij bij het einde van dit schooljaar nog niet klaar is met de opleiding, wordt de tolkvergoeding in het nieuwe studiejaar omgezet naar een werkvoorziening. Dit betekent dat het aantal tolkuren wordt verlaagd en dat een arbeidsmarkttoets plaatsvindt. Deze laatste leidt er slechts in enkele situaties toe dat de tolkvergoeding wordt geweigerd. Dit gebeurt alleen als de cliënt een opleiding volgt waar je werkelijk niets mee kan. Sinds eind 2016 is deze regeling 30+regeling iets versoepeld, als je ouder dan 30 jaar bent en een opleiding volgt, dan heb je zolang je recht hebt op studiefinanciering ook recht op een schrijftolk.